Bessie Pease Gutmann

image

Eigenlijk ben ik altijd al geïnteresseerd geweest in illustratie. Als kind bestudeerde ik de tekeningen in (sprookjes) boeken. Wat ik het belangrijkste vond aan een illustratie was dat het 1) mìjn beleving weerspiegelde en 2) knap getekend was. Ik had geen geduld voor persoonlijke interpretaties van illustratoren. Ik was een kleine esthetica-purist, mijn idee van schoonheid omvatte nauw gedicteerde coördinaten. Function follows form. Of liever, form follows form.

Mijn speelkameraadje J. woonde verderop in de straat. Zijn vader verkocht antiek (voorwerpen ouder dan ik) op rommelmarkten. De zolder bij J. thuis stond vol met inboedel, klaar voor de verkoop. We mochten er wel eens kijken. Ik was het meest onder de indruk van een schilderij dat ik er had gezien. Het was een afbeelding van een baby. De pastelkleuren, het gebroken wit; ik vond het prachtig. In stilte applaudiseerde ik. Dìt was nou echt mooi!

Inmiddels ben ik opgeschoven naar de illustrator waaraan ik als kind een hekel had. ‘Mooi tekenen’ is vervangen door ‘inhoudelijk interessant beeld maken’. De oppervlakte mag best mooi zijn, maar de oppervlakte is slechts dat; de bovenkant. Wat zit daaronder? Hoe leid je de kijker naar die diepere laag?

Omdat ik het schilderijtje met de baby tegenwoordig vaak zie (het zit ergens tegen een raam van een opslag geplakt, zodat je het vanaf de straat kunt zien), ben ik het op internet gaan opzoeken. Het blijkt werk van Bessie Pease Gutmann (1876–1960), was een Amerikaans kunstenaar en illustrator. Ze stond bekend om haar tekeningen van baby’s en kinderen. Ze tekende voor boeken en tijdschriften.

De Verenigde Staten boeiden me mateloos toen ik klein was. En ik hield erg van tekenen. Bessie Pease Gutmann was in haar tijd een gevierde Amerikaanse illustrator. 

Ik vind het fascinerend hoe de puzzelstukjes, zo terugkijkend, in elkaar vallen. Vandaag de dag doet het werk van Gutmann kitscherig aan. Maar toch, als ik dat ene schilderijtje weer zie, zo in het voorbijgaan, denk ik terug aan toen ik het voor het eerst zag.

Cobra Workshops Junior Uitmarkt 2014

image

Afgelopen weekend vond de Uitmarkt plaats in Amsterdam: de opening van het culturele seizoen. Kinderen konden hun hart ophalen op de, aangrenzende, Junior Uitmarkt. Verschillende culturele instellingen boden gratis workshops aan. Daarvan was het Cobra Museum er één. Samen met twee andere workshopdocenten begeleidde ik kinderen bij het maken van een figuurtje samengesteld uit verschillende materialen, zoals Karel Appel dat veel deed. We hadden veel spullen meegenomen, waaronder kurken, plastic flesjes, piepschuim, karton, papier en doppen. Er waren lijmpistolen beschikbaar, er was verf. Kortom, heel veel spullen om mee te werken.

En gewerkt wèrd er. We gaven tweemaal een workshop van een uur. Beide keren zat de tent bomvol. Enkele ouders raakten ook in de stemming en gingen zelf aan de slag. Het lijmpistool was zeer populair, omdat het de kinderen de mogelijkheid gaf veel verschillende elementen aan elkaar te lijmen. Gangbare huis- tuin- en keukenlijm is vaak niet sterk genoeg. Uit piepschuim vervaardigde vogels werden bont beschilderd, een groene robot kreeg een neus van kurk, en ik zag zelfs een waar ruimteschip voorbijkomen.

Het ‘mannetje’ van Karel Appel was een startpunt. Geheel in de geest van Cobra gingen kinderen daar fantasie-gewijs mee aan de haal.

Een vruchtbare middag!

image

Barbiepop

Als kind wilde ik heel graag een Barbie. Ik had al wel een Barbie-achtige pop, een Fleur. Maar alle Steffies , Sindy’s en Fleurs ten spijt, er ging voor mij niks boven de enige echte door Mattel gefabriceerde pop. Barbie was de norm.

Erom vragen was geen optie. Dat werd door mijn moeder al snel als zeuren opgevat. Ik probeerde dit op te lossen door verjaardags- en sinterklaasverlanglijstjes zó op te stellen dat het geen twijfel leed wat ik het liefste zou willen, op speelgoedgebied. Ik probeerde de kwalitatieve pluspunten van de Barbie te benadrukken. Maar dat was nog niet zo makkelijk; ik had dat ook eens gedaan bij de aankoop van een paar nieuwe schoenen, en ik denk niet dat mijn moeder echt geloofde dat ik op de door mij gekozen schoenen toch ècht harder kon rennen. Dus liet ik zo nu en dan een hint vallen, in de hoop dat het invloed zou hebben op het koopgedrag van mijn ouders.

Het beste argument viel zomaar in m’n schoot: uitverkoop. Korting. Halve prijs.

Nu was de uitverkoop nog steeds geen harde garantie voor het slagen van mijn plan, maar het hielp wel. Dolgelukkig keek ik op naar het door Barbie verpakkingen roze gekleurde schap. De versie die ik graag wilde, was inmiddels weg. De laatste afgeprijsde Barbie heb ik snel weggegrist. Niemand kon mij deze overwinning nog afnemen.

De Fleur-pop was prompt vergeten; ik speelde alleen nog met mijn Barbie. Het blonde haar, het gebruinde gezicht; Barbie was voor mij dè belichaming van de jaren tachtig èn de toekomst. En natuurlijk onmiskenbaar Amerikaans, mijns inziens het summum.

Mijn zus had inmiddels ook een Barbie weten te bemachtigen. We waren beide het meest gecharmeerd van de plastic en polyester kleertjes, verkrijgbaar in de speelgoedwinkel. Een goede vriendin van mijn moeder maakte zelf poppenkleertjes die ze vaak op mijn verjaardag cadeau deed. Ook mijn zus kreeg op haar verjaardag kleertjes, die òf een match waren met de poppen-outfit die ik had gekregen, òf een variant erop. De aandacht, het oog voor detail en de afwerking kon ik, ondanks mijn voorkeur voor plastic, zeer waarderen.

Ik heb ze nog steeds, en vond dat ik ze maar eens moest vastleggen.

In de fotoserie beleven de Barbies een bescheiden bacchanaal, waarna ze als afsluting een tochtje maken op de Barbie Boot; het was de enige toepassing die ik, toen ik klein was, kon bedenken voor mijn moeder’s mouwen-strijkplankje.

image

image

image

image

image

image

19-08-2014 Thurston Moore, Steve Shelley, Debbie Googe en James Sedwards in OCCII Amsterdam

image

“Alsof Sonic Youth en My Bloody Valentine een baby krijgen. Daar moét ik bij zijn! Ik ben de hele dag al zenuwachtig!”

Aldus een meisje achter me in de rij. Ik sta, samen met zo’n honderd mensen, in de rij voor de ingang van OCII, Amsterdam. Thurston Moore en Steve Shelley – beide ex-Sonic Youth – , Debbie Googe, bassiste van My Bloody Valentine, en de Britse muzikant James Sedwards spelen vanavond nummers die binnenkort zullen verschijnen op hun album The Best Day.

Ik kon me in juni al niet voorstellen dat dit concert lang onder de radar zou vliegen, dus ik heb een plekje gereserveerd. Maar goed ook, want, op de aan de deur te vergeven vijftig plekken na, is het concert uitverkocht.

De band Space Siren speelt in het voorprogramma; shoegaze ontmoet Sonic Youth-achtige arrangementen. Met meisjesachtige zang. Dat er in Nederland zulke bands bestaan! Solide, maar toch schurend. En die drummer: erg strak, plus gave ritmes!

De muzikale baby van Sonic Youth en My Bloody Valentine toont vooral veel gelijkenis met Sonic Youth. De gitaarlijnen, de soundscapes; we kennen het inmiddels als hèt Sonic Youth trademark. Ik ontwaarde hier en daar een rockgitaar solo, een testosteron-variant op wat Sonic Youth aan gitaarklanken in het arsenaal had. Thurston Moore hoeft, qua zang, het podium niet langer te delen met Lee Ranaldo en Kim Gordon. Of dat verassend uit gaat pakken weet ik niet. “We wrote some new songs”, vertelde hij tussen de nummers door, dus het is wel degelijk een joint venture. Het blijft afwachten hoe hun sound zich gaat ontwikkelen.

De nummers waren lang uitgesponnen, maar nooit saai. Thema’s werden door songstructuren geweven en golfden over en weer. Het publiek adoreerde Moore, en reageerde enthousiast op de ten gehore gebrachte liedjes.

Voor fans van Sonic Youth heb ik nog een tip: op 14 oktober 2014 speelt het Glenn Branca Ensemble in de Melkweg, Amsterdam. Branca is een avantgarde componist wiens invloed goed terug te horen is in de muziek van Sonic Youth. Naast Sonic Youth leden, hebben ook muzikanten uit bands als Helmet, en Swans in Branca’s orkest gespeeld.

Gààn dus!

Ik heb al een kaartje.

Aand…done! My series of Mad Men portraits are finished. This is the final one: Megan Draper lounging in her pad, adorned by artwork by Robert Indiana. I guess she can afford it.

My next papercut series will be a collection of characters from Twin Peaks, honoring the 25th year anniversary of the iconic series this year. Has it really been that long? Anyway, watch this space!

Manson

"Barker Ranch" (2008) © Joachim Koester

Tijdens een bezoek aan de expositie “The Crime Was Almost Perfect” (Witte de With, Rotterdam 24- 01 t/m 27-04), zag ik een tweetal foto’s hangen van een verlaten bouwsel. Het waren sfeervolle beelden, waar toch ergens iets sinisters in school. Het bleek Barker Ranch te zijn, ooit het onderkomen van de Manson Family. Barker Ranch ligt in het Death Valley National Park en je moet een spartaanse levensstijl flink kunnen waarderen, wil je er je thuis van maken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de leden van de Family er niet graag verbleven.

Ik vermoedde al dat de foto’s Barker Ranch portretteerden; ik was een aantal dagen daarvóór begonnen aan het boek “The Life And Times Of Charles Manson” van Jeff Guinn.

Om eerlijk te zijn, interesseert de persoon Charles Manson me niet echt. Waar ik wel in ben geïnteresseerd, is de context; waarom zag men Manson als goeroe en waarom geloofden zijn volgelingen in hem? En de hamvraag: waarom moordden ze voor hem?

Deze vragen worden beantwoord in het boek van Guinn. Niet alleen dat; Guinn schetst een beeld van het leven in de wijk Haight-Ashbury in San Francisco, waar hippies tijdens de Summer Of Love samendromden om de hippie revolutie kracht bij te zetten. San Fransisco bezweek bijkans onder de massa’s jongeren die de stad als nieuw onderkomen zagen. De goedmoedige sfeer sloeg al snel om; zoveel mensen op één plek, dat kan niet lang goed gaan.

Charles Manson verbleef ook in Haight Ashbury, voor hem de ideale plek om goedgelovige volgelingen te charteren.

Guinn maakt Manson’s leven niet tot een sensationeel relaas. Nuchter ontdoet hij mythes van hun glans en prikt hij onwaarheden (vaak door Manson zelf de wereld in geholpen) door. Guinn bezocht zelfs familieleden van Manson, die vertellen over zijn jeugd.

Het verhaal van de Manson Family is bekend. Maar zelfs dan is de opbouw naar, en de behandeling van de moordpartijen dramatisch. Jeff Guinn weet je het verhaal binnen te trekken. Hij geeft Manson’s leven en daden context; zo ontstaan een tijdsbeeld, waaruit Guinn de conclusie trekt dat Charles Manson de verkeerde man op het juiste moment op de juiste plek was.

Jeff Guinn’s Manson is een fascinerend boek. Nuchter, doch zeer pakkend geschreven, is het een welkome afwisseling op de sensatie beluste “OMG Manson killer popstar” artikelen. Guinn raadpleegde enorm veel bronnen, en daarmee is het niet zozeer een biografie over Charles Manson, maar een verslag van een culturele geschiedenis van de jaren 1960-1970.

Tweede tekening in de Kwaku Summer Festival serie. Ik heb zelden zoveel geweldige dansers bij elkaar gezien.

Persil wasmiddel.Gevonden in een kringloopwinkel in Heerenveen. “Tijdelijk 47 cent”: de actie zoals vermeld op de verpakking is waarschijnlijk al vijftig jaar geleden afgelopen. Ik betaalde vijftig cent.

Integratie in één minuut en tweeëntwintig seconden.

"Kenneth Anger frequently changes the soundtracks to his films. The original soundtrack to 1949’s "Puce Moment" was the Overture to Verdi’s opera "I Villi". In 1966, Anger re-released the film with a new psychedelic folk-rock soundtrack performed by otherwise unknown Jonathan Halper."

This short film by Kenneth Anger captures the Hollywood-esque dressing up for the sake of dressing up. It makes me think of that passage in John Gilmore's book Severed, where Elizabeth Short, also known as the Black Dahlia, lounges around the house, with all her expensive clothes strewn around the room.

Along with a song by little known folk artist Jonathan Halper, this film looks like an early music video.