Persil wasmiddel.Gevonden in een kringloopwinkel in Heerenveen. “Tijdelijk 47 cent”: de actie zoals vermeld op de verpakking is waarschijnlijk al vijftig jaar geleden afgelopen. Ik betaalde vijftig cent.

Integratie in één minuut en tweeëntwintig seconden.

"Kenneth Anger frequently changes the soundtracks to his films. The original soundtrack to 1949’s "Puce Moment" was the Overture to Verdi’s opera "I Villi". In 1966, Anger re-released the film with a new psychedelic folk-rock soundtrack performed by otherwise unknown Jonathan Halper."

This short film by Kenneth Anger captures the Hollywood-esque dressing up for the sake of dressing up. It makes me think of that passage in John Gilmore's book Severed, where Elizabeth Short, also known as the Black Dahlia, lounges around the house, with all her expensive clothes strewn around the room.

Along with a song by little known folk artist Jonathan Halper, this film looks like an early music video.

I haven’t seen Michel Gondry's Mood Indigo (2013) yet, but I will, if only for the brilliant sets, designed by Stéphane Rozenbaum. I love this kitchen/subway mixup; being a subway enthusiast, this would totally work for me as a living room. You can see -and read- more here.

Deze tekening is de eerste in een serie impressies van het Kwaku festival dat dit weekend van start ging in Amsterdam Zuidoost.

Nog zo’n jaren vijftig kinderboekje met dito illustraties. “De Grijze Kip En Haar Vriendinnen” gaat over een kip die haar eieren niet op de daarvoor bestemde plaats wil leggen. Natuurlijk komt het allemaal goed.

Opvallend is dat de boerin in de twee plaatjes twee verschillende personen lijkt te zijn.

Dit boekje vond ik in een van de slaapkamers bij Beppe thuis, getiteld “Het verhaal van het kleine witte muisje.” Het verhaaltje is niet zo interessant, maar de illustraties zijn me altijd bijgebleven.

Tijdens mijn visite aan Beppe, vond ik deze bordjes op de bovenverdieping.  Als kind vond ik vooral het plastic bordje met de vergezichten van Minnesota het mooist.

Jelmer Luyting, DOGtime, Rietveld Academie Keiko Oyamatsu, DOGtime, Rietveld Academie Rutger van der Tas, DOGtime, Rietveld Academie Misato Unno, Rietveld Academie Giedre Lisquskaite, Rietveld Academie Setareh Maghsoudi, Rietveld Academie

Gister nam ik een kijkje bij de eindexamen expositie van de Gerrit Rietveld Academie. Vooral de deeltijdopleiding DOGtime verraste. De ingenieuze installatie van Jelmer Luyting, de kernachtige en poëtische ruimte van Keiko Oyamatsu en het nu al indrukwekkende oeuvre van Rutger van der Tas. Ook viel het werk van voltijd Rietveld afgestudeerden op: Setareh Maghsoudi’s mobiele moskee en de sieraden van Giedre Lisquskaite en Misato Unno. Naderhand blusten wij het harde kijkwerk met een voortreffelijk Butcher’s Tears biertje.

Beppe #2

image

Het is dinsdag. Ik ga voor de tweede keer in een paar dagen op visite bij Beppe. Het is de voorlaatste dag van mijn verblijf in Friesland.

Ik ben al vroeg wakker. Zo gaat dat als ik bij m’n ouders ben. Early to bed and early to rise, makes a man or woman miss out on the nightlife, zong Mark Sandman. In Dokkum gaat het er door de week niet zo wild aan toe qua nachtleven. En mijn ouders zijn geen kroegtijgers, nooit geweest ook. Ze zeggen dat ze vroeger gezelligheidsrokers waren. Mijn moeder had zelfs zo’n apparaatje waarmee je shagjes kunt maken. Ik vond het ooit in een keukenkastje. Ik kon het niet in relatie met mijn moeder zien. Tè rock ‘n’ roll. “Waarom zou je in de kroeg geld uitgeven aan een drankje als je het goedkoper in de supermarkt kunt krijgen?” zegt mijn vader. Tegen zoveel nuchterheid valt niet veel in te brengen.

Dus stap ik om kwart over acht ‘s ochtends op de fiets. Mijn moeder geeft me haar hondenpieper mee. Het is waarschijnlijk niet nodig, maar ik herinner me die valse hond die me vroeger achterna zat maar al te goed. En maar fietsen als een gek om dat hondsdolle beest voor te blijven. Ik zag het helemaal voor me.

Mijn moeder test de pieper buiten op een argeloze kat, om te zien of dat ook werkt. Ze houdt niet zo van dieren. Toen ik haar vroeger, terwijl ze me instopte voor het slapengaan, vroeg of dieren in de hemel kwamen, zei ze: “Nee. Ga nu maar slapen.”

Het fietstochtje naar Beppe maakt herinneringen los. Ik fiets langs de vermaarde Fortuin Pepermuntfabriek. Ik ruik de mest en de kuil. Wanneer ik een tractor passeer knik ik naar de bestuurder. Hij knikt terug.

Dit fietstochtje heb ik talloze keren gemaakt, samen met mijn ouders. Als kind passeerden mijn broer, zus en ik onderweg allemaal ‘ijkpunten’: Een vervallen boerderij, door mijn broer ‘het droomhuis’ gedoopt. ‘En ‘het wiel’, een oud karrewiel dat bevestigd was aan een zijmuur van een huis.

De bewoners van het Rode Huisje hadden blijkbaar genoeg van rood. Ze hebben hun huis paars geverfd, met gele deuren. Dit complementaire kleurenfeest doet me concluderen dat de bewoners niet uit de regio afkomstig zijn. Mensen die oorspronkelijk niet uit deze streek komen worden aangeduid als ‘import’.

De zeedijk komt in zicht. Grazende schapen zijn de enige elementen die de strakke horizon doorbreken. Ik heb het eind van de wereld bereikt.

Ik ben er. Ik tik op het raam; Beppe hoort me niet, ik zie haar koffie zetten in de keuken. Ik loop naar binnen. “Bist der no al?” Ja, Beppe, ik ben weer vroeg. “Ik krij noch in kofjedrinker”. Er komt nog iemand langs? Gezellig. “Mar do moatst earst mar in kopke ha”. Lekker, het eerste kopje koffie is voor mij.

De buurvrouw van verderop in de straat komt langs. Ik ken haar niet, maar wanneer de gesprekken later op gang komen blijkt ze de beste vriendin van de moeder van een ex-klasgenoot te zijn. En waarschijnlijk familie van een andere ex-klasgenote. Zo gaat dat hier. It’s a small world. Men vraagt hier vaak: “Van wie ben jij er één?” Zo weet men wat voor vlees men in de kuip heeft door naar je familie te vragen.

Net als we gedrieën aan de koffie zitten, komt er nòg iemand het pad oplopen. Het is een meneer die ik vaag ken; hij heet Willem en is een dorpsgenoot van de ouders van een ex-vriendje. Willem is op z’n minst markant te noemen. Hij is bevriend met mijn oom, ze hebben samen ontwikkelingswerk gedaan in Kameroen. Willem was een wereldverbeteraar met hippie insteek. Als flierefluiter-pensionado schuimt hij het Friese landschap af. En hij had Beppe beloofd eens langs te komen, dus hier was hij dan. Beppe zet meer koffie. We worden getrakteerd op de meest fantastische anekdotes. Hij vindt het jammer dat ik een relatie heb; hij heeft nog een vrijgezelle zoon, die woont in Rotterdam. “Dat is net sa fier wei fan Haarlem, no? Nee, Rotterdam is vanuit Haarlem prima te doen, maar ik ben helaas bezet.

De buurvrouw stoot gilletjes uit wanneer het haar te vrijpostig wordt. Beppe lacht, ze vindt het geweldig. Leven in de brouwerij. Ze zet nog meer koffie.

Nadat Willem en ook de buurvrouw zijn vertrokken, komt de overbuurvrouw binnenlopen. Ze is aan het opruimen en heeft iets wat mij wellicht interesseert: een werkboek Friese kostuums. Haar moeder maakte Friese traditionele miniatuurkostuums, en ze vindt het zonde om het boek weg te gooien. Ik neem het boek aan en bedank haar. Tot vandaag wist ik niet van het bestaan van Friese miniatuurkostuums af. Zo leer je elke dag wat nieuws.

Na het middageten en een aantal potjes Rummikub, pak ik mijn schetsboek. Ik teken plekken in het huis na. Ik noteer dingen, maak foto’s. Documentatie.

De trouwfoto’s van ooms en tantes zijn opgeborgen. Vroeger hingen ze in de ‘grote kamer’. De kleine kamer was voor overdag, en de grote kamer voor ‘s avonds, en zondags. Ik bekeek de foto’s vroeger altijd met belangstelling. Vooral de trouwfoto van de oudste broer van mijn moeder trok mijn aandacht. Deze oom is op zijn achttiende naar de Verenigde Staten vertrokken om daar een boerenbedrijf op te richten. Hij is daar ook getrouwd. Het trouwkostuum, de kleuren en het fotopapier waren significant anders dan die van de andere stellen. Iets ondefinieerbaar Amerikaans. Ik was gefascineerd door de foto.

Mijn interesse voor Amerika, zij het muziek, literatuur, film; het is hier, op deze plek begonnen. Beppe ‘s nachts aan de telefoon met mijn oom, vanwege het tijdsverschil, de luchtpostbrieven, de Hallmark ansichtkaarten; onbewust kreeg ik het idee dat Amerika een geweldig land moest zijn, waar mensen exotische dingen aten zoals maiskolven. De larger than life attitude stond haaks op de nuchterheid waarmee ik opgroeide. Frank Sinatra bezong New York, en Petula Clark zei dat je vooral Downtown moest gaan kijken. Wat een avonturen zou je daar kunnen beleven! Ik verslond Arendsoog boeken en koesterde Karl May’s Reisavonturen.

Weer merk ik op hoe stil het hier in huis is. Ik heb het gevoel dat ik me in het oog van de storm bevind. Hier is het concentratiepunt; net als een steentje dat in het water plonst. Het rimpeleffect is de invloed die deze plek op mijn beeldende werk heeft.

Terwijl ik uit het raam kijk maak ik een tekening van het uitzicht aan de achterkant van het huis. Voor Beppe. Ik geef het aan haar. “Hoe is’t mogelik!” roept ze uit. Ik vind het een mooi commentaar en hang de tekening aan de muur, onder een krantenartikel over het boerenbedrijf van mijn oom in de Verenigde Staten.